“Nee” en “ik weet niet” zijn de standaard antwoorden. Elke keer als ik dat antwoord krijg, versterkt het mijn gevoel dat wij hem niet bereiken. Op geen enkele manier. Op school vertoont hij onaangepast gedrag, het lijkt dat hij dat doet omdat hij niet kan praten over wat hij leuk vindt, wat hem stoort. Hij lacht weinig, huilt nooit. Er is voor hem geen weg.

Soms is er een moment dat hij iets deelt. Zijn lieve stem door de telefoon “Xan, mag ik wat vragen?” Meestal of hij op de Playstation mag. “en jaahaa ik heb mijn huiswerk af”. Hij belt op weg naar huis en vertelt dan over voorvallen. Als hij thuis is, komt er geen woord meer uit. En heel af en toe wil hij gemasseerd worden. Dan geeft hij zich over.

De telefoon is zijn levensader en zijn valkuil. Hij kan niet zonder. Hij wordt traag, en vervalt in een apathie. School gaat slecht. Elke dag telefoontjes over voorvallen. Gesprekken helpen niet, hij wil geen hulp, niet van een therapeut, geen huiswerkbegeleiding, niets. En als hij iets niet wil, dan is de kans op succes gering.

Onze zoektocht naar wat hem raakt, levert een lijst op van zaken die hij niet leuk vindt, van meer “nee’s” en “ik weet niets”. Zijn toekomst lijkt hem koud te laten. De maatschappelijke stage is wel leuk. Het valt me op dat hij niet echt contact maakt. Zijn vrienden zoeken hem niet echt op. Hij zit opgesloten in zijn eigen wereld. De weekenden bij zijn vader zijn vooral leuk omdat er dan hem niets in de weg wordt gelegd.
Ik wil hem graag een veilig huis bieden. Gezelligheid en geborgenheid. Dus wil ook niet vervallen in alle avonden aanspreken op de voorvallen van de dag. Toch kun je dit soort zaken niet laten lopen. Structuur en consequenties is wat hij nodig heeft. Het bevordert de sfeer niet.

De oudste is nu al weer een paar maanden uit huis. Hij is een paar keer thuis gekomen. Aanvankelijk leek het zich positief te ontwikkelen. Hoewel het helemaal niet goed voelde, leek de afstand te werken. Hij nam schoorvoetend stappen om zijn eigen leven vorm te geven. Helaas kwam de klad er al snel in. En paar tegenslagen en hij trok zich onmiddellijk terug in een zelf gekozen isolement. Het is ongelooflijk pijnlijk om te zien. Ik mis hem in mijn leven, maar meer dan dat ben ik bang dat hij het niet redt. Zo’n prachtig kind, met al zijn talenten.
De zorgen overschaduwen mijn leven. Ik vraag me heel vaak af of pleegzorg zin heeft? Kun je een bijdrage leveren? Of is het verschaffen van onderdak het meest haalbare? Zijn de kinderen zo getraumatiseerd dat niets helpt en dat bij de eerste de beste tegenslag ze terugvallen op hun basis mechanismen, waarmee ze zich al die jaren staande hebben gehouden?

Wat heb ik te leren? Als de dingen die op mijn pad komen, een diepere betekenis hebben, dan zou ik graag willen weten wat de betekenis is. Ik zie twee mooie jongens, die niet gevraagd hebben om dit leven, verzanden. Ik sta er bij en kijk er naar. Mijn doel om de jongens zo te begeleiden dat ze een zelfstandig leven kunnen leiden, lijkt te hoog. Ik maak een deel uit van hun levensweg, de vraag waarheen is niet aan mij. Ik ben een passant, het is hun weg!