Iedereen ziet wel eens een ruiter met forse bovenbenen en een achterwerk waardoor je het zadel niet meer echt ziet. Langs de kant worden vaak wat opmerkingen geplaatst, maar bespreekbaar is het niet. Als het op ruitergewicht aankomt, wordt iedereen voorzichtig.

Over de manier van rijden van onze topsporters heeft iedereen een mening, men oordeelt er lustig op los. Over het eigen gewicht wordt in alle talen gezwegen. Het is bij de koop van een paard meestal geen onderwerp van gesprek. Op de meeste pensionstallen wordt er niet over gesproken en zijn er ook geen regels. Ik bewonder de maneges die aangeven: boven de honderd kilo rijd je geen paard.

Waar komt die voorzichtigheid vandaan? Waarom zoeken wij rond het ruitergewicht opeens de nuance? Waarom zeggen wij niet hardop: je bent te dik om te rijden? In een tijd waarin iedereen via social media zijn mening deelt, zijn wij voorzichtig met de jonge ruiterziel. Terwijl overgewicht in het merendeel van de gevallen wordt veroorzaakt door te veel eten in combinatie met te weinig bewegen.

Nu weet ik dat het niet zwart wit is als het gaat over het meezitten in de beweging. Een gezette ruiter kan goed meezitten en een magere ruiter behoorlijk verkeerd kan inwerken. Er is naar de inwerking van de ruiter voldoende onderzoek gedaan.  Maar de draagkracht van een paard verandert daar niet door.

Als je billen niet meer in het zadel passen terwijl je het maximale aantal inches hebt, dan betekent dat je even langs de kant staat. Iedereen begrijpt dat je je bovenbenen dan niet mooi ontspannen langs je paard kunt laten hangen.

Ik hanteer de stelregel: het gewicht van het paard x 16% = gewicht van de ruiter + harnachement. Als voorbeeld:  mijn paard: 582 x 16% = 93,12 kg. Het harnachement weegt gemiddeld 10 kg. Dat betekent dat ik niet meer dan 83 kilo mag wegen. Er is onvoldoende wetenschappelijk onderzoek gedaan om harde conclusies over de draagkracht te trekken. Kunnen IJslandse Paarden meer dragen? Kunnen Haflingers, Fjorden en Tinkers meer gewicht hebben? Ik weet het niet. Maar de spaarzame studies die er gedaan zijn spreken van een gewicht tussen de 16 en 20 %.

Hoe pak ik het aan in de praktijk? Elke ruiter geef ik het meetlint in de hand en laat ik het eigen paard eens meten. En dan bespreek ik de stelregel. Laat iedereen een eigen conclusie trekken. Ik vind het mijn verantwoordelijkheid als instructeur om het ruitergewicht ter sprake te brengen. En de ruiter bewust te maken van de invloed van het ruiterlichaam op het paard.

Als je je constant bewust bent dat jouw houding en zit een enorme invloed heeft op hoe je paard loopt, dan is het vanzelfsprekend dat je zelf ook in conditie moet zijn. Je moet eveneens aan je eigen core-stability werken en zorgen dat je in staat bent de gevraagde inspanning te leveren. Dat geldt voor alle ruiters dik én dun!

De moraal van dit verhaal: zorg dat je binnen het maximaal toelaatbare gewicht blijft en zorg dat je fit bent!  Fit en op gewicht.