Vrienden en kennissen vragen me wel vaker ‘en hoe is het met jullie zoon?’ waarop ik steevast antwoord – ‘ met onze pleegzoon!’ waarna ik alle wetenswaardigheden uitvoerig beschrijf.

Onze pleegzoon, een prachtige puber van 15 jaar, streept op het rapport, de briefjes van school en de correspondentie van alle instanties consequent het woord ouder door en laat het hokje verzorger open. En volkomen terecht! Hij heeft zijn eigen familie, zijn eigen context. Wij zijn de pleegouders, de verzorgers. Daar is niets mis mee.

Maar heel vaak reageert men toch wat vreemd op mijn uitdrukkelijke uitspraak dat hij onze pleegzoon is. Alsof wij niet volledig voor hem kiezen. Of wij een onderscheid maken en vooral markeren dat hij ‘anders’ is. Het steekt blijkbaar schril af tegenover de eigen zonen. Als je het etiket “pleegzoon” opplakt, lijkt het voor de buitenwereld alsof je hem stigmatiseert.

Niets is minder waar. Wij zijn super trots op onze pleegzoon – liefkozend noem ik hem ‘pleeg’- en ik voldoe graag aan zijn wens om onze relatie altijd te benadrukken. Dus ik streep ouder weg, en teken alleen als verzorger. Ik leg uit dat hij familie heeft, waarvan hij houdt.

Gelukkig is hij ook puber – hij beweert dat hij niet bijzonder is. Dat hij niet bekend wil staan als pleegzoon – omdat het niet anders is. ( ik woon alleen maar bij jullie) De thema’s hechting, cadeautjes –in de WAT!? zijn nauwelijks interessant. Het benadrukken van zijn situatie is echt niet nodig.

Het is wel stom dat wij weer niets te zeggen hebben over hem. Wij zijn toch zijn pleegouders – en die weten meer en vooral die weten beter wat goed voor hem is. Nee, dan zo’n gezinsvoogd die hij één keer per jaar ziet.

Hij is wel gewend aan ons. Terwijl wij aan hem gehecht zijn. Wij missen hem als hij op werkweek is, hij ons niet. Maar dat is logisch.