“papa, handje?’ vroeg een meisje van drie bij de bakker. Dat is lang geleden. De verhoudingen zijn veranderd. Onze pleegzoon bereidt zich voor op het eindexamen, de laatste loodjes. Hij wordt 17 jaar en hij heeft ons steeds minder nodig.

Al ouder vervul je verschillende rollen in de periode dat het kind opgroeit. Wij zijn in de fase aanbeland waar je ze voorbereidt op een eigen leven. Ook onze laatste loodjes. En niet omdat het zwaar of vervelend is., integendeel., het is omdat ik het naderend afscheid vrees.
Hoezeer hij ook protesteert tegen onze niet aflatende steun ( heb je je huiswerk af, heb je het formulier opgestuurd, ben je al aan het voorbereiden?), ik zal het missen als ik geen rol meer kan spelen in zijn leven.

De vanzelfsprekende vraag om hulp, om een hand – dat gaat verdwijnen. Ook het nimmer uitblijvende weerwoord, de verongelijkte zuchten, de mokkende schouders, de stille aftocht. Ik zal zijn aanwezigheid in alle facetten missen.

Voor mij betekent het veel om “nodig” te zijn. Dat geeft betekenis aan mijn leven. Of de rol die ik als ouder speel nu fijn is of niet, het doet er niet toe. Ik speel een rol. en dat is waar het om gaat! In deze fase geef ik de laatste zetjes in de richting van zelfstandigheid. Probeer ik zijn kritisch denkvermogen tot het uiterste te prikkelen.

Vanmorgen bij de bakker realiseerde ik me in eens dat ik de laatste tijd worstel met zijn naderende laatste stappen. Ik ben van hem gaan houden, heb heel systematisch hem de laatste jaren begeleid en nu, nu merk ik dat ik hem nodig heb. En voor hem word ik langzaam overbodig.

Ik heb wel bereikt, waar het allemaal om te doen was, binnenkort vieren wij zijn zelfstandigheid!