In een koude ongezellige ruimte wordt jou meegedeeld dat de begeleiders van het Kamer Trainingscentrum hebben besloten dat je een “ time-out” krijgt van twee weken. Je hoofd zakt verder tussen je schouders en je vingers pulken aan je telefoon. Je hebt je herhaaldelijk niet aan de afspraken gehouden en hebt je respectloos gedragen tegenover de leiding. Je gaat je eigen gang en laat je door niets en niemand iets vertellen. Je moet twee weken weg en hebt de tijd om na te denken of je je aan de afspraken wilt houden.

Het is duidelijk dat de aangeboden hulp niet werkt. Geen van de destijds optimistisch geformuleerde doelen zijn behaald. Heb de indruk dat de mentor persoonlijk gekwetst is. Er dient een punt te worden gemaakt. Onze jongste pleegzoon moet in twee weken een plan maken voor zijn toekomst. Hoe wil hij verder? Hij kan alle hulp krijgen die hij wil. Hij hoeft alleen maar te bellen.

Zijn hoofd zakt dieper tussen zijn schouders. Als de begeleiders de ruimte even verlaten, zodat wij kunnen overleggen over de komende twee weken, pak ik hem vast en troost hem. We praten over de opties; bij zijn vader of bij ons. Wij kiezen voor zijn vader, die stelt geen regels. Hij  geeft aan dat hij elke dag komt eten, omdat zijn vader weinig geld heeft. Diezelfde avond nog zijn spullen weggebracht. Zijn vader vangt hem op als een blij kind. Ik houd mijn hart vast. De dag er op  het eerste telefoontje, hij voelt zich niet lekker en komt niet eten. De dag erna komt hij niet opdagen, nu zonder een signaal. Wij kunnen voorspellen wanneer hij wel of niet komt. Als er iets gebeurt op school, op zijn werk of in het KTC dan komt hij niet, dan trekt hij zich terug en vermijdt hij het gesprek.

Een mailtje van de begeleiding; zij hopen op een positieve afloop. Ik durf de voorspelling wel aan; er komt geen positieve afloop. Onze pleegzoon maakt geen plan, denkt niet na over alternatieven en het KTC wordt vroegtijdig afgesloten. Hij voelt goed aan dat het over is. Hij heeft intensieve begeleiding nodig maar hij accepteert geen enkele hulp. Hij overziet de situatie niet, maar voelt dat aan alle kanten het net sluit. Hij wordt tenslotte binnenkort 18 en dat betekent dat hij zijn verantwoordelijkheden moet nemen.

Natuurlijk moet hij zelf iets doen, gaat het om zijn leven, moet hij afspraken nakomen, voor zichzelf leren zorgen. Maar alle interventies ten spijt, hij kan het niet. De hulpverlening faalt en kiest voor een “ time-out”. Wij zien het met lede ogen aan, ons wordt niets gevraagd. Gelukkig zijn wij wel bij alle gesprekken, zodat hij  zich nog gesteund voelt. Ik heb ook geen oplossing; wel het gevoel dat dit precies de verkeerde kant op gaat.

Hoe het verder gaat? Ik weet het niet. Hoe het voelt? Alsof je hart in de tang genomen wordt. Wat we kunnen doen? Er zijn – onvoorwaardelijk.