In de stilte van mijn slaapkamer zeg ik hardop “ je hebt je langste tijd hier gehad”. Ik schaam me. Voel mijn eigen onmacht en onvermogen. Ik moet toegeven dat het niet meer gaat. Dat ik het niet meer kan opbrengen, niet wéér jaren opoffer voor een kind dat zich niet laat helpen.

Ons jongste pleegkind lijdt onder een combinatie van heftige pubertijd, hechting en trauma’s. Met zijn coping mechanisme van zwijgen en niet meer reageren zijn wij in een onhoudbare situatie beland. Ik kan het hem niet kwalijk nemen, maar ik kan hem niet helpen. Hij reageert op geen enkel advies, of voorbeeld dat je geeft.
Als hij voor de zoveelste keer weigert om zijn tanden te poetsen, schreeuw ik “ wat ben je toch een k..-kind” , waarna ik de hele nacht wakker lig. Had me zo voorgenomen om me niet uit de tent te laten lokken. Hij maakt me zo onmachtig boos. Ik word vooral boos als hij niet wil drinken, eten of niet voor zichzelf zorgt. Zijn standaard antwoord is “ik wil niets”.

Gisteravond kwam hij veel te laat thuis. Als je vriendelijk zegt ‘dit was niet de afspraak’ , kijkt hij je niet aan en antwoordt “laat me”. Hij gaat boos naar boven. De volgende dag zegt hij geen woord, ontbijt niet, wast zich niet en zit op zijn kamer. Boos worden, vriendelijk zijn het maakt niet uit. Ik dweil de vloer en de tranen biggelen over mijn wangen. Ik voel zijn boosheid door de vloeren heen. Hij draait de hele situatie om; met zijn onverzettelijke zwijgzaamheid wil hij ons straffen. Mijn man trekt het niet, ligt met hoofdpijn op bed. Het is weekend.

Wij stellen onze grenzen keer op keer bij. Er zijn eigenlijk geen grenzen meer, hij bepaalt wat er gebeurt. Wij hebben geen invloed. Het raakt me, want wat gebeurt er als je geen grenzen stelt? Niets interesseert hem. Hij loopt consequent langs me met zijn oortjes in terwijl hij alleen op zijn telefoon kijkt. Hij negeert me, ik moet keer op keer zijn aandacht afdwingen.

Nu zijn wij op het punt beland, dat wij moeten toegeven dat wij geen hulp meer kunnen bieden. En dat wij niet willen leven in een huis, waar een zestienjarige bepaalt wat er gebeurt. Wij gaan hem aanmelden voor begeleid kamerbewoning. Dat betekent tenminste nog een half jaar ‘overleven’, waarbij wij de momenten zonder spanning, zonder een mokkend, boos kind zullen koesteren. In- en uitademen en laten gebeuren. Voor ons zelf hulp zoeken, hoe wij met dit verdriet om kunnen gaan.

Dan maar op afstand de zorg verlenen. Hem stimuleren om zijn leven op te pakken. Maar niet meer in nabijheid. Ik blijf achter met het gevoel dat onze inspanningen niet geholpen hebben, dat wij gefaald hebben. De enige hoopvolle gedachte is dat het contact  met onze oudste pleegzoon sinds hij op kamers zit, heel erg verbeterd is. Dus wie weet.