Onze oudste pleegzoon zit op kamers. Hij woont nu echt op zichzelf. De periode bij zijn moeder is afgesloten.  Ik voel opluchting, ontspanning na jaren van spanning. Alsof het kwartje naar de goede kant valt. Hij lijkt zijn eigen leven op te pakken. Hij heeft twee kleine banen, hij denkt na over een opleiding.  Wij hebben weer contact en hij antwoordt direct op vragen. Ik durf bijna nog niet te hopen, een zwaluw maakt natuurlijk  nog geen zomer. Zou het waar zijn dat hij op weg is om gelukkig te worden?

Onze jongste pleegzoon gaat in therapie. Wij realiseren ons dat de problemen te groot zijn. Op school gaat het niet goed. Hij gaat naar een supportklas. Het lijkt er op dat het vooral uitloopt op het beperken van het verlies.

Mijn pijn is intens. Hij is zestien en ik vind het zo onrechtvaardig dat hij dit moet doormaken. Ik probeer te doorgronden wat er in zijn hoofd omgaat en hoe ik hem kan bereiken. Nooit heb ik het gevoel dat hij opslaat wat ik zeg, dat hij accepteert dat ik hem help. Hij is zo lief dat je je niet kan voorstellen dat hij ook een hele andere kant heeft. Dag en nacht ratelen mijn gedachten.

Mijn twee prachtige pleegzonen raken mijn leven zo veel meer dan ik ooit had kunnen vermoeden. Hun geluk is mijn geluk. Het opvoeden, begeleiden is intensief en ingewikkeld. Maar nog veel moeilijker is om alle gevoelens te hanteren die er bij komen. Wij kunnen namelijk niet goed maken wat er verkeerd is gegaan in hun levens, dat moet je accepteren. Hun geschiedenis bepaalt voor een belangrijk deel  hun toekomst en onze bijdrage helpt slechts tijdelijk.

Mijn gevoel is intens. Ik denk zo veel na, maar pas toen de oudste op kamers ging, ik de laatste spullen uit de auto haalde en hem achterliet, voelde ik in de dagen er na hoeveel spanning zich in mijn lijf en hoofd had opgebouwd. De opluchting dat het wat beter gaat, maakte alles beter. Ik ben dankbaar dat hij een deel uitmaakt van mijn leven. Ik hoop dat hij deel blijft uitmaken van ons gezin, wil hem nooit kwijt. Wil een volwassen relatie met hem, hem zien groeien, genieten, vallen en weer opstaan. Verheug me op gesprekken, verheug me vooral er op om een deel van zijn leven te zijn.

Twee levens die soms parallellen vertonen, soms hemelsbreed verschillen, soms tegelijkertijd tegen dezelfde problemen aanlopen en soms in een hele andere fase zitten.

En wij schakelen en reageren zo goed als mogelijk, duiden de signalen en beslissen over interventies waarvan we niet goed kunnen inschatten wat het effect zal zijn. En wat mij vooral bezighoudt, is dat ik geen extra schade wil toebrengen. De jongens hebben hun portie gehad.
Natuurlijk besef ik dat elke opvoeding trauma’s oplevert, dus ook die van ons. Doodnormale trauma’s waar je met een goede hechting best mee kunt leven, echter natuurlijk niet als je al dertien jaar geïncasseerd hebt.

Wij hebben de oudste verzocht te vertrekken. Wij dwingen de jongste om in therapie te gaan. Bij de oudste lijkt het na een behoorlijk dip nu de goede kant op te gaan. De woorden van mijn vriendin indachtig (gun hem zijn crisis), denk ik nu dat deze vreselijke periode nodig was om hem te dwingen een volgende stap te maken. De jongste moet nog beginnen, maar ik hoop dat hij zich kan openstellen en dat de therapeut een ingang vindt. Dat levert pas op lange termijn een resultaat, wellicht zelfs een dip op korte termijn.

Houden van is intens en je wilt dat het goed gaat. Wat als je merkt dat je daar geen invloed op hebt?