“Het is voor drie weken. Hij kan nergens naar toe” – het gezin waar hij nu was, ging op vakantie. Opeens is de eerste plaatsing een feit. Geen puber, maar een jongen van zes.

Op vrijdagmiddag, het begin van de vakantie, stond hij op de stoep. Prachtige blonde haren, een brutale blik, met een plastic tas met wat spullen. Hij ging zitten. De pleegvader bracht hem op de fiets. Er was geen interactie tussen hen. Na tien minuten vertrok de pleegvader. Het was stil.

Een zes jarige – die niet duldde dat je in de buurt kwam, graag wilde spelen, maar niet tot rust kon komen. Het slapen gaan was een ellende. Hij werd niet rustig van het bad, integendeel. Wij probeerden van alles, maar het werd steeds moeilijker.

Hij kon volkomen opgaan in zijn eigen wereld; in zijn spel op de boerderij, tijdens het voetballen in het park. Hem daaruit halen, was een bijna onmogelijke klus.

Onze pleegzorg begeleider gaf de suggestie om met symbolen te werken. Om zijn dag te structureren, een vaste volgorde te hanteren. Wij tekenden prachtige pictogrammen, bespraken telkens wat wij gingen doen en streepten de plaatjes door, als het was gebeurd.

Tijdens een prachtige dag, in het zwembad, met vrienden, kregen wij ons mooiste cadeau. Een kletsnat jochie, dat bibberend op schoot kroop en zich overgaf aan de warmte van een pleegvader.

Wat heb ik hem gemist, toen hij vertrok! Hij heeft zoveel losgemaakt. Door hem weten wij dat wij graag ons huis open stellen. Door hem weten wij hoe moeilijk pleegzorg is. Maar door hem weten wij ook, dat er momenten zijn van onbeschrijfelijk geluk.