Nu onze prachtige puber pleegzoon ruim twee jaar bij ons is, merk ik dat ik toch verwachtingen krijg. Ik heb opvattingen over hoe je bijvoorbeeld invulling geeft aan vriendschappen of hoe je je oriënteert op een beroepskeuze.

Als ik nadenk waarom zijn plaatsing zo goed gaat, kom ik vaak tot de slotsom dat de sleutel tot succes zit in het niet hebben van verwachtingen. Het sterke signaal dat hij goed is zoals hij is (je mag er zijn), werkt helend.

Verwachtingen zitten snel in de weg. De teleurstelling ligt op de loer. Je doet het niet snel goed. Het niet hebben van verwachtingen is in mijn ogen ook een vorm van desinteresse, van niet belangrijk zijn.

De contacten die hij heeft met zijn familie zijn hartelijk, warm. Hij geniet van de bezoekregeling. De laatste tijd gaat hij zelfs wel eens logeren. En elke keer als hij terugkomt, merk ik dat er geen appel op hem gedaan wordt. Hij hoeft niets, hij wordt niet gestimuleerd om zaken op te pakken.

Hij moet een sectorkeuze maken. Beslissingen nemen voor de toekomst, en dat is niet eenvoudig. Hij barst van de creativiteit, maar ontbeert daadkracht en doorzettingsvermogen. Hij brengt niet veel dingen zelf, op eigen initiatief tot een goed einde. In mijn ogen eigenschappen die heel belangrijk zijn om uiteindelijk iets te bereiken.

Ik ben van de systematische aanpak. Vroegtijdig oriënteren, een plan A en een plan B, zoeken, lezen en vooral voelen of een opleiding net zo is als je denkt. Dat is natuurlijk wel te veel van het goede. Help ik hem nu door hem de ruimte te geven het op zijn eigen manier te doen. Of is een zachte dwang beter? Sluit ik aan bij het systeem dat hij kent, waarin hij opgegroeid is of verleid ik hem mijn aanpak te volgen?

De vraag is dan ook: Hoe groei je?